Geen preferentiebeleid biosimilars

Een biosimilar lijkt veel op een biologisch geneesmiddel dat eerder op de markt is verschenen, maar is niet identiek aan dit geneesmiddel. Biosimilars komen op de markt op basis van zeer beperkt klinisch onderzoek. Dit is ongewenst: Nefarma vindt dat biosimilars tijdens de toelatingsprocedure net als ieder origineel geneesmiddel moeten worden beoordeeld. Vanwege unieke chemische en biologische eigenschappen zijn biosimilars niet therapeutisch gelijkwaardig aan het originele geneesmiddel. Het gebruik van biosimilars kan leiden tot minder effectieve resultaten en meer en andere bijwerkingen. Nefarma is dan ook van mening dat zorgverleners terughoudend moeten zijn met het voorschrijven van biosimilars bij bestaande patiënten en deze zeker niet automatisch over moeten zetten op een biosimilar.
De discussie over de positie van biosimilars laaide in 2010 op door plannen van UVIT, een samenwerkingsverband van Univé en VGZ-IZA-Trias voor het voeren van een preferentiebeleid met biologicals. Nefarma is van mening dat dit vanwege de specifieke eigenschappen van biologicals medisch niet verantwoord is en dat dit ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee kan brengen. Aan het eind van 2010 verscheen een conceptstandpunt van het CVZ over deze problematiek. Begin 2011 verscheen de Nefarma-visie hierop.

LEES OOK:
Waarschuwing tegen uitbreiding preferentiebeleid met... (nieuwsbericht)
Biosimilars (visiedocument)

Nefarma&:
Nummer 5: ‘Pas preferentiebeleid niet toe op biosimilars’
Nummer 6: Rechter: biosimilars zijn wat anders dan generiek

THEMA'S

innovatie